Stamboom Theunisse Groede Groede in het verleden

Aandacht voor Groede, omdat met Willem Teunis de roots van de familie in Groede ligt.
Dit terwijl als je aan de gemiddelde Theunisse vraagt waar de familie vandaan komt, ze zullen antwoorden: Sint Annaland

De oudste vermelding over Groede dateert uit het begin van de 12de eeuw. Op dat moment wordt de naam Groede vermeld in een oorkonde van de Gentse Sint Pieters Abdij die in West-Zeeuws-Vlaanderen veel grond bezat.
De naam ‘Groede’ is waarschijnlijkafkomstig van ‘grode’, een term die in de middeleeuwen doelde op aangeslibd en begroeid buitendijks land. Heel waarschijnlijk was het aan het begin van de 13de dus nieuw ontgonnen gebied.
Ten noorden van Oostburg vormden zich destijds langs de toenmalige kustlijn natuurlijke schorren. Aangezien het eerste Groede waarschijnlijk geen geconcentreerde dorpskern bezat, werd Groede in de parochie van Oostburg ondergebracht.

Pas in de 14de eeuw zal er sprake geweest zijn van een echte dorpskern. Zeker is dat er in diezelfde 14de eeuw een ‘Waterschap Groede’ bestond, dat zorg moest dragen voor de lokale waterhuishouding.
De kerktoren van de huidige kerk dateert uit de 15de eeuw. De geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen, en dus ook van Groede, is sterk getekend door de vele overstromingen, al dan niet natuurlijk van aard.

Terwijl de 13de eeuw in het teken stond van massale inpoldering, is het einde van de 14de eeuw en het begin van de 15de eeuw voornamelijk een periode van overstromingen. De bekendste zijn de Sint-Elizabethsvloed van 1421 en de stormvloed in 1375/1376.
Tijdens de Tachtig jarige oorlog (1568-1648) waren er vele militaire inudaties. Tussen 1583 en 1612 stond Groede blank.
Enkel de kerktoren was nog zichtbaar. Tijdens het Twaalfjarig bestand (1609-1621), een rustpauze in de gevechten, kwam de streek op adem.
In Groede begon men al snel met de heropbouw: in 1613 werden dijken gebouwd en nog in datzelfde jaar stond er reeds een nieuwe Waalse kerk. De eerste kerkrekeningen dateren van 1615.


Jacob Cats

Wie was die Jacob Cats, die op 10 november 1577 geboren werd en op 12 september 1660 in Den Haag overleed? Twee kwaliteiten van hem worden gewoonlijk in een adem genoemd: raadpensionaris en volks- of leerdichter. Na zijn studie letteren en rechten in Leiden vestigde hij zich als advocaat in 's Gravenhage. In 1621 werd hij pensionaris van Middelburg. Dat is een rechtsgeleerde die als raadsman in dienst is van een stad of een gewest. De functie is vergelijkbaar met wat tegenwoordig in een gemeente de secretaris is.

Hij was ook de woordvoerder voor zijn werkgever in de vergadering van de Provinciale Staten, waar hij een grote invloed had. Twee jaar later trad hij in dezelfde functie in dienst van Dordrecht. Vanaf 1636 tot in 1651 was hij tegelijkertijd min of meer de minister van Buitenlandse Zaken. Als er geen stadhouder was, had hij de leiding in de Republiek. Hij werd voorzitter van de Eerste of Grote Vergadering. Die werd tussen 18 januari en 21 augustus 1651gehouden in Den Haag. Het was de eerste bijzondere vergadering van de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Sedert de Vrede van Munster, die in 1648 gesloten werd, waren de Noordelijke Nederlanden geen deel meer van het koninkrijk Spanje.

De Zeven Provinciën werden als een zelfstandige natie erkend door de andere Europese mogendheden. Al vanaf 1588 was het een republiek, een zeldzame staatsvorm in die tijd, niet de eerste evenwel, want in het klassieke Griekenland kende men die eeuwen eerder ook al. Het was tevens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk voor Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel sedert in 1650 stadhouder Willem II van Oranje was overleden. Friesland en Groningen hadden hun eigen stadhouder.

In die Grote Vergadering werd gepraat over de Unie van Utrecht, een in 1579 gesloten bondgenootschap tussen een aantal Provincies, over het leger en de vloot en over godsdienst. Wat dat laatste betreft, werd besloten dat de besluiten van de Dortse Synode van kracht bleven. Kernpunt daarvan was dat geen persoon of lichaam in de gereformeerde kerk over een ander zal heersen. De plaatselijke gemeenten zijn zelfstandig en worden geleid door de kerkenraad. Geen hiërarchisch stelsel met bisschoppen en een paus zoals in andere christelijke kerken.

Onder voorzitterschap van Jacob Cats bleven die besluiten van kracht en wellicht mede daardoor is Cats door de protestantse gemeenschap altijd als dichter in het hart gesloten. Zijn verzen zijn stichtelijk van aard en grijpen dikwijls terug op de bijbel. Dit mede onder invloed van zijn in Antwerpen geboren, maar in Middelburg wonende zeer vrome vrouw Elisabeth van Valckenburg. Zijn gedichten zijn eenvoudig van taal en daardoor drongen zij gemakkelijk door bij het grote publiek. Geen Nederlandse dichter is deze eer ooit te beurt gevallen. Als onderwerpen de liefde -Sinne- en Minnebeelden- het huwelijk -Houwelick en Trou-Ringh- opvoeding, de natuur en het buitenleven.

Of hij vandaag de dag nog hoge ogen zou gooien met uitspraken als: 'Kinderen zijn hinderen' en 'Het beste stuk huisraad is een goed wijf' is een ander paar mouwen. Tal van nog steeds gebruikte spreuken zijn van zijn hand zoals: 'Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding'. Een uitspraak die onwillekeurig bij iemandkan opkomen bij het zien van een al te uitbundig met gouden (of goudkleurige?) sieraden opgetuigd vrouwspersoon. Rechtvaardigt al het voorgaande dat hij in Groede een standbeeld kreeg? Nee, maar wel een andere activiteit van hem. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) was er in het tegenwoordige Zeeuws-Vlaanderen heel wat land verloren gegaan als gevolg van militaire inundaties. De zee en de rivieren hadden in die gebieden meer of minder dikke lagen zeeklei afgezet.

Klei, uitermate geschikt voor akkerbouw en door de vaak hoge ligging gemakkelijk te ontwateren. Door die overstroomde landen te bedijken, kon geld verdiend worden, zoals later anderen dat deden door te participeren in plantages in Oost- (Indonesië) en West-Indië (Suriname).
Jacob Cats was een van de eersten die samen met zijn broer in de omgeving van Groede polders liet bedijken, waaronder de Oude en de Nieuwe Groedsche, de Gerard de Moors-, de Zoute- en de Cletemspolder. Door zijn toedoen kwamen twaalf polders tot stand. Alleen al in 1613 werd in die regio een oppervlakte van ruim 1200 ha herdijkt. Een aantal daarvan werd echter in het vervolg van de oorlog na 1621 weer onder water gezet. Vlak bij het dorp liet hij een boerderij bouwen.


Huidige status

- Groede is een dorp in de gemeente Sluis. Het was een zelfstandige gemeente t/m 31-3-1970. Per 1-4-1970 over naar gemeente Oostburg, in 2003 over naar gemeente Sluis.
- Onder het dorp Groede vallen ook de buurtschappen Boerenhol en Kruisdijk.
- Naam in de volksmond: De Groe
- Wapen van de voormalige gemeente Groede:

het wapen van groede, ook wel het wapen van het vrije van sluis


Statistische gegevens

- In 1840 had de gemeente Groede 178 huizen met 2.492 inwoners, verdeeld in dorp Groede 165 huizen met 2.408 inwoners en buurtschap Kruisdijk 13 huizen met 84 inwoneers. Dat is met gemiddeld ca. 14 mensen in 1 huis ook voor die tijd uitzonderlijk veel. Meestal woonden in die tijd 6 tot 10 mensen in 1 huis.


Recente ontwikkelingen

Groede staat definitief op de toeristische kaart sinds het in 1997 de Toerisme Prijs won vanwege het living history-project "Het Vlaemsche Onthaal". Groede profileert zich sinds een aantal jaren nadrukkelijk met haar cultuurhistorisch erfgoed en dito aktiviteiten en trekt daarmee jaarlijks zo’n 20.000 bezoekers. Ook de vestiging van cultuurhistorisch interessante bedrijfjes wordt bevorderd. Zo zijn er sinds 1999 een hoefsmederij en ateliers voor een glazenier en een pottenbakker gevestigd.
Om de toestroom van auto’s en bussen door het dorp te verminderen zijn er plannen om de toeristen te vervoeren met Zeeuwse trekpaarden en een stoomtram.


Bezienswaardigheden

- In Groede staat een voorbeeld van een hallenkerk zoals die vanaf 1250 langs de Vlaamse kust zijn gebouwd. Delen van de kerk stammen uit de 13e eeuw. De toren is volledig 14e eeuws, zij het dat in 1949 de torenspits is afgebrand en naar het oude voorbeeld weer opgebouwd. De kerk is in 1998 gerestaureerd. Vanuit de kerk zijn de nestkasten zichtbaar van een beschermde kolonie gierzwaluwen.

- Ten noorden van Groede ligt de Catshoeve. ‘Deze hofstede, die te voren wel tweemaal zo groot was, ontleent haren naam van den beroemden Raadpensionaris en dichter Jacob Cats, die er zijn gewoon verblijf hield, als hij, uit hoofde van zijne toen nieuw bedijkte landen, deze oorden bezocht, waarom hij ook in de Herv. kerk te Groede eene eigen bank had, die nog bestaat en naar hem genoemd wordt. Achter de Catshoeve loopt de Catsweg’ (Van der Aa, 1840).

naar boven